Fiets, stad, Prins


Tekst Marlou Jenneskens
Fotografie Jonathan Vos

Wat betekent de fiets voor de stad en je omgeving? Is die betekenis veranderd, nu de wereld gedwongen werd tot een ander tempo? Nu we elkaar na maanden thuiswerken en afstand houden, weer langzaam opzoeken? We vroegen het Tim Prins: architect, stadmaker, vader, en… fietser. “Hoe we ons bewegen, onszelf vervoeren eigenlijk, is bepalend voor onze leefomgeving”, zegt hij. “Een stadsdeel waar je te voet of met de fiets doorheen beweegt, biedt op ooghoogte veel meer details dan een brede straat met borden en verkeerslichten.”

“Voor ons waarnemingsvermogen gaat de auto eigenlijk veel te snel. Je kunt je in de auto alleen focussen op de 50 meter voor je. Je bent afgesloten, ziet verder eigenlijk heel weinig. De auto is een kooi die je beschermt. Je voelt je minder kwetsbaar. Je hebt niemand nodig. En je bent alleen, want het is ook een kooi die je afschermt. 

Je fiets is letterlijk het verlengde van je eigen lijf. Je overstijgt je eigen beperkingen. De fiets maakt je sneller, maar niet zo snel dat je het niet meer bij kunt houden. Het is voor mij een herinnering aan mijn eigen menselijkheid en kwetsbaarheid. Dat ik onderdeel ben van een veel groter geheel.”

Tim Prins

Hoe richten we de ruimte waarin we leven samen in? De vraag was zelden actueler dan in tijden van anderhalve meter afstand. Tim: “Op de fiets ben je, in alle vrijheid, toch verbonden met de wereld om je heen. We voelen ons pas fijn als we dicht bij elkaar zijn. Op de fiets kan dat: dan ben je lekker in de buitenlucht. Maar anderhalve meter in de auto? Dat is best een uitdaging! De fiets is ook nu de oplossing, maakt het mogelijk toch samen vrij te zijn. We hoeven er niet eens infrastructurele aanpassingen voor te doen.

Onze samenleving is bijna een industrie: alles gaat volgens de klok. We werken allemaal op hetzelfde tijdstip, gaan op hetzelfde moment naar school. We hebben alles zo ingericht dat dat kan, met autosnelwegen en parkeergelegenheden. Nu zijn we het noodgedwongen anders gaan doen en bleek dat ook te kunnen."

We voelen ons pas fijn als we dicht bij elkaar zijn. Op de fiets kan dat: dan ben je lekker in de buitenlucht. Maar anderhalve meter in de auto? Dat is best een uitdaging!
Tim Prins
Als mens zijn we niet altijd in staat om verstandige beslissingen te nemen. Daarom zijn er regels nodig, ook in het verkeer.
Tim Prins

We worden een beetje anders, als mensen, nu we meer thuis zijn. We maken persoonlijke ontwikkeling door. Gaan op zoek naar nieuwe dingen. En omdat we meer aan huis gebonden zijn, zoeken we met de fiets. Waar is dat nieuwe gedrag naar op zoek? Wat gebeurt er als we de vrijheid hebben om pas om elf uur te gaan werken, of om half drie klaar zijn met ons werk?

We gaan steeds meer kijken naar kwaliteit. Naar kleinschalige voorzieningen. Ik denk dat daar vooral programmatisch een hoop kansen liggen. Kijk naar cultuur of erfgoed. Dat kun je in een fijner netwerk aanbieden, met kleinere economische spelers. Dan gaat het niet meer om de intensiteit, maar om een mooie spreiding van voorzieningen door de regio. Misschien zijn andere vormen van horeca ook levensvatbaar.

Uiteindelijk is dit is veel groter dan de fiets. Hoe maken we transport duurzaam? En hoe kijken we naar ruimte? Corona dwingt ons om anders te kijken.  Uit onderzoek van de TU Delft blijkt dat de stoepen in Amsterdam te smal zijn om afstand te houden. “Je hebt nu twee soorten mensen. ‘De nieuwe verkeersregelaar’ enerzijds, die streng anderhalve meter afstand houdt en bewaakt. En ‘De nieuwe verkeersregel’ die gewoon rechtdoor loopt en vindt dat jíj maar voor afstand moet zorgen.

Je hebt nu twee soorten mensen. ‘De nieuwe verkeersregelaar’ enerzijds, die streng anderhalve meter afstand houdt en bewaakt. En ‘De nieuwe verkeersregel’ die gewoon rechtdoor loopt en vindt dat jíj maar voor afstand moet zorgen.
Tim Prins

Tim Prins

Een kwestie van algemeen belang versus eigenbelang? Tim: “Vrijheid is een paradoxaal begrip. Mijn vrijheid zal die van jou altijd beperken. Dat vraagt om verantwoordelijkheidsgevoel. Als mens zijn we niet altijd in staat om verstandige beslissingen te nemen. Daarom zijn er regels nodig, ook in het verkeer.

In onze tijd moet je voortdurend alert zijn. Er wordt zoveel van ons verlangd. In die constante competitie met elkaar en met onszelf is fietsen voor mij het perfecte intermezzo. Op de fiets ben ik, in alle vrijheid, verbonden met de wereld om me heen. Je fiets is letterlijk het verlengde van je eigen lijf. Je overstijgt je eigen beperkingen. De fiets maakt je sneller, maar niet zo snel dat je het niet meer bij kunt houden. Het is voor mij een herinnering aan mijn eigen menselijkheid en kwetsbaarheid. Dat ik onderdeel ben van een veel groter geheel.

In de toekomst woont 75 procent van de wereldbevolking in de stad. De stad wordt drukker en voller. Als je nadenkt over de stad van de toekomst, moeten we vooral ook even terugblikken. In de tuinwijken die in de jaren ‘60 werden aangelegd, was ruimte voor natuur en samenzijn, voor vrije tijd. De ontzettende toename van het autobezit werd alleen niet ingetekend, waardoor die ruimte nu is ingevuld met parkeerplaatsen.

In Nederland hebben we 8,5 miljoen personenauto’s. Om die te parkeren is minimaal 110 vierkante kilometer oppervlakte nodig. En dan kan elke auto dus maar op één plek staan. Alle Nederlandse auto’s op één parkeerplaats nemen meer plek in dan de steden Heerlen en Maastricht bij elkaar opgeteld. Het stimuleren van de fiets betaalt zich terug in kostbare ruimte. Die hebben we nodig, zowel voor de stad van vandaag als die van morgen.

Onze regio is gelukkig al geschikt voor de fiets, maar we kunnen nog veel meer ruimte maken. Omdat ruimte zo kostbaar is, wordt in elk nieuwbouwproject een ondergrondse parkeergarage ingetekend. Dat verdient zich terug met de huidige parkeerprijzen. Kan de fiets opboksen tegen het verdienmodel van de auto? 

We zien nu hoe snel dat kan veranderen. “Sinds de lockdown hoor ik al bijna geen scootertjes meer. Al die koerierdiensten hebben een fiets. Ook ons koopgedrag past zich aan. Mensen hebben nu gezien dat het mogelijk is. Ze ervaren dat het prettig om twee dagen in de week thuis te werken. Om meer controle over hun leven te hebben, en meer regie over hun tijd. Ze hoeven niet naar hun werk, zitten minder in de auto. Dan zien ze ook de fiets staan. Dat hoeft niet altijd een bewuste keuze te zijn. Nu gebleken is dat we op een andere manier kunnen communiceren, zal dat meer en meer doorzetten."

Als we willen dat de fiets een belangrijke plek in die toekomst heeft, moeten we simpelweg ruimte maken. Dat begint in ons hoofd. Dan in onze agenda’s. Dan in onze planning. En uiteindelijk in de stad.”
Tim Prins